Taal verraadt waar je vandaan komt, maar in West-Brabant verraadt het ook hoe de streek is gelopen. Wie hier opgroeit, slikt klanken in, laat de h aan het begin van woorden gewoon vallen en zegt dingen die een dorp verderop alweer anders klinken. Dat is geen slordigheid. Dat is een dialect met een geschiedenis.
Officieel heet het Noordwest-Brabants, in de praktijk gemakshalve West-Brabants. Het is een van de hoofdonderverdelingen van het Brabantse dialect en wordt niet alleen in het westen van Noord-Brabant gesproken, maar ook in Antwerpen en omgeving. Dat is meteen het belangrijkste punt: de taalgrens loopt hier niet gelijk met de landsgrens. Wie in Roosendaal praat, praat in dezelfde familie als wie in Antwerpen praat.
Het bekendste kenmerk is de h-deletie. In tegenstelling tot bijvoorbeeld het Midden-Noord-Brabants en het Oost-Brabants spreken ze hier de h aan het begin van woorden niet uit. Het bekende houdoe wordt dus oudoe. Daarnaast wordt de i vaak als ie gerealiseerd, en blijft de cluster ps bewaard waar het Nederlands sp zegt: weps in plaats van wesp. Dat laatste zie je terug in een plaatsnaam, want Nispen heet in het Brabants Nipse, precies door die omzetting.
Binnen het Noordwest-Brabants zijn drie streekdialecten te onderscheiden. Het Antwerps in ruime zin, dat in de stad Antwerpen en haar omgeving tot aan de Nederlandse grens wordt gesproken. Het Markiezaats in het Markiezaat van Bergen op Zoom, met een strook die tot Lage Zwaluwe loopt. En het Baronies in Breda en wijde omgeving, dat zuidelijk doorloopt tot over de Belgische grens. Roosendaal ligt in dat gebied tussen Bergen op Zoom en Breda, en dat hoor je ook: het is geen zuiver Bergs en geen zuiver Bredaas.
Dat de taal hier zo Antwerps gekleurd is, heeft een grimmige oorzaak. Het Noordwest-Brabants is in zijn huidige vorm ontstaan vanaf de Tachtigjarige Oorlog. In de eerste decennia van die oorlog werd Noordwest-Brabant door gevechten en massamoorden grotendeels ontvolkt, en daarna opnieuw bevolkt door vooral mensen uit Antwerpen. De dialecten raakten daardoor sterk Antwerps getint. Na de Vrede van Münster gingen de streekdialecten elk hun eigen weg en ontwikkelden zich de drie hoofdvormen.
Je hoort het verschil ook binnen de gemeente zelf. De dorpen hebben hun eigen uitspraak van hun eigen naam. Wouw is in het Brabants Wów, Heerle is Èrel, Nispen is Nipse. Wouwse Plantage werd lange tijd De Pin genoemd, naar de oude dorpsnaam Pindorp. Wie alleen de officiële namen kent, mist dus de helft van wat de mensen hier onderling zeggen.
Carnaval is de week waarin het dialect het meest in de openbaarheid komt. Dan heten de dorpen anders, worden liedjes bewust in het Roosendaals geschreven en zingt een hele zaal het Roosendaols Lieke mee. Dat is geen folklore voor de bühne maar de normale taal van de straat, die een paar dagen per jaar het podium krijgt.
Daarbuiten is het dialect, zoals overal in Nederland, aan het verwateren. Jongere generaties spreken vaker een variant die dichter bij het Standaardnederlands ligt, met alleen nog de zachte g en een paar woorden die blijven. Maar de ingeslikte h houdt stand, en zolang mensen hier oudoe zeggen in plaats van houdoe, is er weinig aan de hand.