De gemeente Roosendaal is meer dan de stad. Naast de kern Roosendaal horen de dorpen Wouw, Heerle, Moerstraten, Nispen en Wouwse Plantage erbij, en wie er een rondje langs rijdt, merkt snel dat die vijf niet op elkaar lijken. Ze hebben een eigen kerk, een eigen voetbalclub, een eigen carnavalsnaam en een eigen idee over wie ze zijn.
Dat de gemeente zo is samengesteld, is nog niet eens zo oud. Op 1 januari 1997 werden de voormalige gemeenten Roosendaal en Nispen en de gemeente Wouw samengevoegd. Voor die tijd was Wouw het voornaamste dorp van een eigen gemeente, waaronder ook de kerkdorpen Heerle, Moerstraten en Wouwse Plantage vielen. Een flink deel van het dorpsgevoel in deze gemeente komt dus uit een periode waarin het bestuurlijk ergens anders bij hoorde.
Nispen is het oudste van allemaal, en ouder dan de stad zelf. Al voor 1146 zou het een heerlijkheid zijn geweest, en in 1157 werd het voor het eerst als kerkdorp vermeld onder de naam Nisipa. De parochie Nispen strekte zich uit over plaatsen die nu in België liggen, zoals Kalmthout en Essen, en over Roosendaal en Zegge aan deze kant. Roosendaal splitste zich in 1510 af en heeft het moederdorp daarna volledig overvleugeld. In de naam zit volgens de taalkundigen het element water, met verklaringen die van landtong tot heilzaam water lopen.
Wouw is het dorp met het meest uitgesproken eigen gezicht, met het voormalige raadhuis en de Sint-Lambertuskerk als bekende punten. De eerste vermelding dateert van 6 december 1232, en de naam is in de loop van de eeuwen in allerlei vormen opgeschreven: Woide, Woude, Wouwe, Wouw, Wou. De betekenis gaat vermoedelijk terug op woude, een gerooide vlakte te midden van bos. Het gebied rond Wouw bestond in die tijd uit moerassig bos en is rond 1200 waarschijnlijk ontgonnen door Vlaamse immigranten, mensen die ervaring hadden met dat soort ontoegankelijk land.
Heerle wordt in de dertiende eeuw voor het eerst genoemd als Harella, waarschijnlijk een samenstelling van har, een verhoogd stuk zandgrond, en loo, een klein bos. In 1307 werd het een zelfstandige parochie, maar een eigen dorpsbestuur kreeg het nooit: daarvoor bleef men afhankelijk van de schepenbank van Wouw. Een eigen dorpskern ontstond zelfs pas aan het begin van de negentiende eeuw. In het Brabants heet het dorp Èrel, wat af en toe voor verwarring zorgt bij wie hier niet vandaan komt.
Moerstraten heeft de meest letterlijke naam: moer betekent veenmoeras en straten staat voor een weg daardoorheen. De naam werd voor het eerst genoemd in 1359. Lang was het een buurtschap zonder kerk, met verspreid liggende boerderijen, verdeeld over drie parochies met grillige grenzen. Pas in 1927 kwamen er een school, een kerk en een pastorie, en juist die gebouwen zorgden voor centrumvorming. Bij de bevrijding op 29 oktober 1944 werd veel verwoest, en aan de hoek van de Luienhoekweg staat het oorlogsmonument voor negen omgekomen Canadese militairen, het eerste na de bevrijding gebouwde oorlogsmonument van Nederland.
Wouwse Plantage is het jongste dorp en heeft daardoor de meeste namen gehad: Stenen Kamer, Nieuwdorp, Wildenhoek, en lange tijd Pindorp, naar de resten van gerooide dennenbomen. Het dorp is in de tweede helft van de negentiende eeuw gesticht door de eerste particuliere eigenaar van het landgoed. In 1869 kwam er een steenfabriek, waarvan de handgevormde stenen als Wouws bont door het hele land werden gebruikt; de ringoven uit 1904 is bewaard. Met carnaval heet het dorp Mastepinnelaand en het staat erom bekend een week eerder te beginnen dan de rest.
Vijf dorpen, vijf verhalen, één gemeente. Wie in de stad woont, hoort daar soms weinig van, maar de verschillen zijn echt: de ene kern is ouder dan Roosendaal, de andere jonger dan het spoor. Dat je ze allemaal onder dezelfde gemeentenaam schaart, maakt ze niet hetzelfde.